Natuurlijk hebben mensen zowel recentelijk als in het verleden het verschijnsel van de “openbaring” verloochend en zeiden zij zelfs dat er niet zoiets bestond als “openbaring” en dat Mohammed (vrede zij met hem) zelf de Koran zou hebben geschreven. Dit zijn echter uitspraken die slechts bedoeld zijn om twijfels te zaaien en het product zijn van tirannie en hoogmoed. Want indien Mohammed (vrede zij met hem) slechts achting en aanzien wilde verkrijgen onder de mensen, waarom zou hij deze Koran die de Arabieren versteld heeft doen staan wat betreft zijn retoriek, stijl, waarachtigheid en zinsconstructie aan een ander toeschrijven dan zichzelf? Daarmee had hij zeer zeker de Arabieren voor zich gewonnen die nog nooit zoiets hadden gezien als de Koran.
 
Ook zien we dat toen zijn geliefde vrouw cAa’ishah van ontucht werd beschuldigd, hij (vrede zij met hem) niet wist wat hij moest doen. Op een bepaald moment was hij zelfs ten einde raad en legde zijn zaak voor aan zijn metgezellen in de hoop dat zij een oplossing voor het probleem hadden. Een maand lang verkeerde de Profeet (vrede zij met hem) in een staat van radeloosheid en twijfel, totdat Allah middels de Openbaring liet weten dat cAa’ishah onschuldig was. Zie hier hoe afhankelijk hij (vrede zij met hem) was van de Koran. Hij kon niets uit zichzelf roepen, zelfs niet ter bescherming van zijn eigen eer. Waarom? Omdat Allah zegt:
 
وَلَوْ تَقَوَّلَ عَلَيْنَا بَعْضَ الْأَقَاوِيلِ
لَأَخَذْنَا مِنْهُ بِالْيَمِينِ
ثُمَّ لَقَطَعْنَا مِنْهُ الْوَتِينَ
فَمَا مِنكُم مِّنْ أَحَدٍ عَنْهُ حَاجِزِينَ
 
“En als hij een paar woorden had verzonnen in Onze Naam. Dan zouden Wij hem met kracht gegrepen hebben. En dan zouden Wij zijn hartslagader doorgesneden hebben. En niemand van jullie zou dat voor hem kunnen verhinderen.”
(soerat al-Haaqqah: 44-47)
 
Ook wanneer hij (vrede zij met hem) toestemming gaf aan een aantal hypocrieten die zogenaamd legitieme excuses hadden om achter te blijven en niet mee te gaan tijdens de slag van Taaboek werd hij aangepakt door zijn Heer die een harde berisping uitsprak. Hij zegt:
 
عَفَا اللّهُ عَنكَ لِمَ أَذِنتَ لَهُمْ حَتَّى يَتَبَيَّنَ لَكَ الَّذِينَ صَدَقُواْ وَتَعْلَمَ الْكَاذِبِينَ
 
“Moge Allah jou vergeven, waarom heb jij vrijstelling gegeven (om achter te blijven), nog vóórdat jou was gebleken wie degenen waren die waarachtig waren en vóór jij wist wie de leugenaars waren?”
(soerat at-Tawbah: 43)
 
Is het logisch dat Mohammed (vrede zij met hem) iets zou ondernemen om zichzelf daarna keihard onderuit te halen in zijn eigen boek?
 
Ook voor zijn profeetschap stond hij (vrede zij met hem) onder zijn mensen bekend als de “betrouwbare” en de “waarachtige” en getuigden zij van het feit dat ze hem nog nooit op een leugen hadden betrapt. Toen de Profeet (vrede zij met hem) al-Madienah binnenkwam, is één van de grootste geleerden onder de joden naar hem komen kijken. Dit was cAbdoellah ibnoe Salaam die later zou uitgroeien tot één van de grootste metgezellen. Toen hij de Profeet (vrede zij met hem) voor het eerst zag, zei hij: “…Toen ik het gezicht van de boodschapper van Allah zag, wist ik dat zijn gezicht niet het gezicht kan zijn van een leugenaar.” En in het verlengde daarvan zeg ik: “Wie het levensverhaal van de Profeet (vrede zij met hem) met oprechtheid zou lezen, zou zeer zeker tot de conclusie komen dat dit levensverhaal niet het levensverhaal van een leugenaar kan zijn.”
 
Ook zien wij dat Mohammed (vrede zij met hem) zekerheid en overtuiging uitstraalt, als hij  de Koran verkondigt en praat over eerdere volkeren, profeten, gebeurtenissen, enzovoort.
 
Dan praat hij over zaken die grote precisie vereisen, net alsof hij deze met zijn eigen ogen heeft mogen aanschouwen. Dit terwijl hij in werkelijkheid geen van de mensen heeft ontmoet. Mensen van verschillende tijden en met een andere spreektaal dan de zijne. Gebeurtenissen die ver in het verleden liggen. Daarom zegt Allah tegen hem:
 
تِلْكَ مِنْ أَنبَاء الْغَيْبِ نُوحِيهَا إِلَيْكَ مَا كُنتَ تَعْلَمُهَا أَنتَ وَلاَ قَوْمُكَ مِن قَبْلِ هَـذَا فَاصْبِرْ إِنَّ الْعَاقِبَةَ لِلْمُتَّقِينَ
 
“Dit behoort tot één van de berichten uit het onwaarneembare die Wij aan jou openbaren. En hiervóór wist jij, noch jouw volk dit. Wees daarom geduldig. Voorwaar, het (goede) einde is voor de Moettaqoen.”
(soerat Hoed: 49)
 
Daarnaast zegt Allah:
 
نَحْنُ نَقُصُّ عَلَيْكَ أَحْسَنَ الْقَصَصِ بِمَا أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ هَـذَا الْقُرْآنَ وَإِن كُنتَ مِن قَبْلِهِ لَمِنَ الْغَافِلِينَ
 
“Wij vertellen jou het beste verhaal doordat Wij aan jou deze Koran openbaarden, hoewel jij daarvoor tot de onwetenden behoorde.”
(soerat Yoesoef: 3)
 
Ook zegt Allah:
 
ذَلِكَ مِنْ أَنبَاء الْغَيْبِ نُوحِيهِ إِلَيكَ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يُلْقُون أَقْلاَمَهُمْ أَيُّهُمْ يَكْفُلُ مَرْيَمَ وَمَا كُنتَ لَدَيْهِمْ إِذْ يَخْتَصِمُونَ
 
“Dat zijn berichten over het verborgene die Wij aan jou mededelen. En jij was niet met hen toen zij door hun pennen te werpen verlootten wie van hen verantwoordelijk was voor de zorg voor Maryam, en jij was ook niet bij hen toen zij hierover redetwistten.”
(soerat Aali-cImraan: 44)
 
Soms gaat het zelfs om precieze aantallen die niet zomaar te achterhalen zijn, zoals in het verhaal van Noeh. Allah zegt:
 
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحاً إِلَى قَوْمِهِ فَلَبِثَ فِيهِمْ أَلْفَ سَنَةٍ إِلَّا خَمْسِينَ عَاماً فَأَخَذَهُمُ الطُّوفَانُ وَهُمْ ظَالِمُونَ
 
“En voorzeker, Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden en hij verbleef duizend jaar bij hen, op vijftig jaar na. Toen overviel de zondvloed hen, terwijl zij onrechtvaardigen waren.”
(soerat al-cAnkaboet: 14)
 
Ook betreffende de mensen van de grot. Allah zegt:
 
وَلَبِثُوا فِي كَهْفِهِمْ ثَلَاثَ مِئَةٍ سِنِينَ وَازْدَادُوا تِسْعاً
 
“En zij verbleven driehonderd jaar in hun grot, en vermeerderd met negen.”
(soerat al-Kahfi: 25)
 
Hoe kan een ongeletterde Arabier over al deze informatie beschikken? Een ongeletterde man die omgeven werd door ongeletterde mensen die niet konden lezen en schrijven. Het is duidelijk dat hier de Goddelijke Openbaring Zijn intrede heeft gedaan.
 
Ook wordt er soms beweerd dat de Profeet (vrede zij met hem) dit allemaal geleerd zou hebben van het kleine aantal lieden van het Boek dat woonachtig was in het Arabische schiereiland. Maar de geschiedenis leert ons dat de Profeet (vrede zij met hem) met geen van hen voldoende tijd heeft doorgebracht om zich al deze prachtige vertellingen eigen te maken. Hij is de priester Bahierah in zijn jongere jaren in ash-Shaam tegengekomen. Hij heeft Waraqah ibnoe Nawfal gesproken en is na zijn migratie met een aantal geleerden van de lieden van het Boek gaan zitten. Maar al deze ontmoetingen waren zo kort van duur, dat het uitgesloten en onmogelijk is dat hij er zoveel informatie aan over heeft gehouden. En als Mohammed (vrede zij met hem) daadwerkelijk van hen heeft geleerd dan had de geschiedenis ons daarvan melding gemaakt. Want zoiets kan niet verborgen worden gehouden. Vooral niet als wij weten dat de Islam veel vijanden heeft gekend, die maar al te graag dit soort informatie naar buiten wilden brengen. De geschiedenis leert ons dat de priester Bahierah en Waraqah ibnoe Nawfal juist het profeetschap van Mohammed (vrede zij met hem) hebben bevestigd. Ook is het niet logisch dat na alles wat Mohammed (vrede zij met hem) heeft gezegd over het geloof van de christenen en de joden, namelijk dat het vals is en met de komst van de Islam nietig is verklaard, niemand van degenen die hem zou hebben onderwezen zou opstaan en zeggen: “Tot daar en niet verder, O Mohammed, vergeet niet wie jou dit allemaal heeft onderwezen, het waren wij die jou dit hebben meegegeven.”
 
Nee, dat zien wij niet, wat we wel zien is het voorleggen van vragen aan de Profeet (vrede zij met hem) door de lieden van het boek, waarna sommigen van hen geloofden en sommigen weigerden te geloven uit hoogmoed. Wat wij zien zijn discussies waarbij de lieden van het boek de mond werd gesnoerd. Zo vroegen de christenen hoe Mohammed (vrede zij met hem) kon beweren dat cIesaa slechts een Profeet was en niet de zoon van God, terwijl hij zonder vader ter wereld is gebracht. Toen openbaarde Allah:
 
إِنَّ مَثَلَ عِيسَى عِندَ اللّهِ كَمَثَلِ آدَمَ خَلَقَهُ مِن تُرَابٍ ثِمَّ قَالَ لَهُ كُن فَيَكُونُ
 
“Voorwaar, de gelijkenis van cIesaa is bij Allah als de gelijkenis van Adam. Hij schiep hem uit aarde en zei vervolgens tot hem: ,,Wees”, en hij was.”
(soerat Aali-cImraan: 59)
 
 
Makkiy & Madaniy
 
De Koran is tevens een Boek dat bedoeld is voor eenieder die Dacwah wil gaan verrichten en wil gaan uitnodigen naar de Islam. In dit boek van Allah is opgenomen hoe Dacwah in zijn werk gaat. Ook zien wij de geleidelijke aanpak aangaande de Wetten en Voorschriften.
 
Degene die de Koran reciteert met enige aandacht, zal opmerken dat er een verschil bestaat tussen de verzen die vóór de emigratie zijn geopenbaard (Makkiy) en de verzen die daarna zijn geopenbaard (Madaniy).
 
Aangezien de mensen in het begin gebukt gingen onder de verschrikkingen van onwetendheid, afgoderij, ongeloof en Mohammed (vrede zij met hem) vijandig gezind waren, kenmerkten zich die eerste verzen door weinig woorden, harde toon en sterke bewijzen, die korte metten maakten met valse afgoden en Tawhied aan de mensen bracht. Verzen die Mohammed (vrede zij met hem) steunden en de ongelovigen te schande brachten. Verzen die nadruk legden op het leven in het Hiernamaals, het Paradijs en de Hel, de verzen die de Arabieren uitnodigden om met het gelijke aan de Koran te komen. Hierbij moet je denken aan hoofdstukken zoals al-Qaaricah, al-Ghaashiyah, al-Waaqicah, enzovoort.
 
Maar wanneer de mensen het geloof in hun harten sloten en lieten zien dat ze tot alles bereid waren om hun geloof intact te houden, zien wij dat de verzen die daarna geopenbaard zijn wat langer zijn. Ook zien wij dat er meer gesproken wordt over wetsoordelen en lijfstraffen. Ook wordt er aandacht gegeven aan de familie-, maatschappelijke- en landelijke betrekkingen. Ook zien wij dat deze verzen de hypocrieten ontmaskeren en de lieden van het Boek weerleggen.
 
 
Wat is het verschil tussen Makkiy & Madaniy?
 
-De term “Makkiy” slaat op de verzen die voor de Hidjrah zijn geopenbaard, ongeacht of dit plaatsvond buiten Mekka.
-Met “Madaniy” wordt er gedoeld op de verzen die na de Hidjrah zijn geopenbaard, ongeacht of dit plaatsvond buiten al-Madienah.
 
Bijvoorbeeld in Mekka, tijdens de inname van deze stad, waar het volgende vers werd geopenbaard:
 
إِنَّ اللّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تُؤدُّواْ الأَمَانَاتِ إِلَى أَهْلِهَا وَإِذَا حَكَمْتُم بَيْنَ النَّاسِ أَن تَحْكُمُواْ بِالْعَدْلِ إِنَّ اللّهَ نِعِمَّا يَعِظُكُم بِهِ إِنَّ اللّهَ كَانَ سَمِيعاً بَصِيراً
 
“Voorwaar, Allah gebiedt jullie toevertrouwde (zaken) aan haar eigenaren te geven en wanneer jullie tussen de mensen oordelen, oordeel dan met rechtvaardigheid. Voorwaar, Allah onderwijst jullie hiermee op de beste wijze. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziend.”
(soerat an-Nisaa’: 58)
 
Of het volgende vers tijdens de afscheidsbedevaart:
 
حُرِّمَتْ عَلَيْكُمُ الْمَيْتَةُ وَالْدَّمُ وَلَحْمُ الْخِنْزِيرِ وَمَا أُهِلَّ لِغَيْرِ اللّهِ بِهِ وَالْمُنْخَنِقَةُ وَالْمَوْقُوذَةُ وَالْمُتَرَدِّيَةُ وَالنَّطِيحَةُ وَمَا أَكَلَ السَّبُعُ إِلاَّ مَا ذَكَّيْتُمْ وَمَا ذُبِحَ عَلَى النُّصُبِ وَأَن تَسْتَقْسِمُواْ بِالأَزْلاَمِ ذَلِكُمْ فِسْقٌ الْيَوْمَ يَئِسَ الَّذِينَ كَفَرُواْ مِن دِينِكُمْ فَلاَ تَخْشَوْهُمْ وَاخْشَوْنِ الْيَوْمَ أَكْمَلْتُ لَكُمْ دِينَكُمْ وَأَتْمَمْتُ عَلَيْكُمْ نِعْمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ الإِسْلاَمَ دِيناً فَمَنِ اضْطُرَّ فِي مَخْمَصَةٍ غَيْرَ مُتَجَانِفٍ لِّإِثْمٍ فَإِنَّ اللّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
 
“Verboden voor jullie zijn het kadaver, het bloed en het vlees van het varken en hetgeen waarover anders (dan de Naam) van Allah is uitgesproken. Het gewurgde, het geslagene, het gevallene, het gestokene en dat waar de wilde dieren van gevreten hebben – behalve wat jullie geslacht hebben – en (verboden is) wat op de afgodsaltaren geslacht is en wat jullie pijlen verloten. Dat is een zware zonde. Op deze dag wanhopen degenen die ongelovig zijn aan (de bestrijding van) jullie godsdienst. Vreest hen niet, maar vreest Mij. Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn Gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen. En wie door honger gedwongen is, zonder neiging tot zonde: Allah is dan Vergevensgezind, Meest Barmhartig.”
(soerat al-Maa’idah: 3)
 
 
De kenmerken van “Makkiy” en “Madaniy”
 
- Een aantal kenmerken van “Makkiy” zijn de volgende zaken:
 
1. Ieder hoofdstuk waarin een prosternatie ten behoeve van recitatie voorkomt
(سجدة التلاوة) is Makkiyyah.
2. Iedere hoofdstuk waarin het woord (كلا) oftewel “welnee” voorkomt is Mekkiah.
3. Ieder hoofdstuk waarin wordt gesproken over de verhalen van de profeten en de vroegere volkeren is Makkiyyah, behalve soerat al-Baqarah.
4. Ieder hoofdstuk waarin wordt gesproken over het verhaal van Aadam & Iblies is Makkiyyah, behalve wederom soerat al-Baqarah.   
 
-Een aantal kenmerken van “Madaniy” zijn de volgende zaken:
 
1. Ieder hoofdstuk waarin een verplichting of een lijfstraf ter sprake komt is Madaniyyah.
2. Ieder hoofdstuk waarin de hypocrieten ter sprake komen is Madaniyyah, behalve soerat al-cAnkaboet.
3. Ieder hoofdstuk waarin de discussie wordt aangegaan met de lieden van het Boek is Madaniyyah.
 
Tot slot wil ik vragen om ons te zegenen middels deze kennis die wij tijdens deze dagen hebben opgedaan.
 
Bron: al-yaqeen.com

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Volg ons

 

Neem contact

2e Emmastraat 50
7545 MP Enschede

053 4351078 - info@iveo.nl